Paul Hartman gaat in deze bijdrage in op een stelling van dr. Esther Captain van 27 mei in het Parool waarin zij haar opvattingen inzake het koloniale verleden op creatieve wijze om probeert te buigen naar feiten.

De volstrekt onwetenschappelijke wijze waarop doet denken aan de in het verleden in diskrediet geraakte wetenschappers Diederik Stapel en Roos Vonk.

Hoogleraar sociale psychologie Vonk aan de Radboud Universiteit Nijmegen concludeerde, samen met prof. Diederik Stapel van de Universiteit van Tilburg, dat vleeseters hufteriger waren dan mensen die geen vlees aten. Na aanvullend onafhankelijk onderzoek werd Stapel ontslagen toen bleek dat hij jarenlang wetenschappelijk onderzoek uit zijn duim zoog.

De Radboud Universiteit concludeerde dat ook Vonk in het vleesonderzoek een scheve schaats heeft gereden. We verwijzen in deze o.a. naar een artikel in het Algemeen Dagblad van 22 november 2011.

Jaren later betreurde de Radboud Universiteit Nijmegen het dat Roos Vonk de bio-industrie vergeleek met de vernietigingskampen uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens het college van bestuur van de universiteit was het opiniestuk van Vonk ‘onnodig en kwetsend’.
In het Dekolonisatieonderzoek zien we met enige regelmaat wetenschappers in het nieuws treden met persoonlijke opvattingen met een hoog “Diederik Stapel” of “Roos Vonk” gehalte.

Wordt het niet hoog tijd voor een onafhankelijke peer review?

Het palet aan sprekers over het koloniale verleden in Indonesië is gewijzigd, stelt Esther Captain op 27 mei 2021 in het Parool.

Dat komt doordat nieuwe generaties een stem opeisen. Die generatie zou onbevangener zijn dan de ooggetuigen en hun kinderen, (de na oorlogse- ofwel tweede generatie) en kritische vragen stellen.

Ik heb haar opinie met stijgende verbazing gelezen.

Allereerst verwart mevrouw Captain onwetendheid met onbevangenheid. Maar in plaats dat zij als historica de ontbrekende kennis van die nieuwe generatie probeert bij te spijkeren, vindt zij het een goed idee om fictie leidend te laten zijn bij die educatie.

Mevrouw Captain diskwalificeert zichzelf daarmee als serieuze onderzoekster. Ze zou op zoek moeten zijn naar waarheidsvinding, maar ze presenteert zich in haar opiniestuk slechts als een vooringenomen ideologe, waarvan de mening superieur is aan andersdenkenden.

De niets ontziende indoctrinatie van onbevangen en onwetende jeugd door geschiedvervalsing, met smeuïge beelden en verzonnen verhalen vindt ze dan ook gerechtvaardigd.

Mevrouw Captain maakt nog een tweede grote, maar voor een historica onvergeeflijke fout.

Ze stelt dat oorlogsslachtoffers voorheen alleen militairen waren, maar dat het nu eveneens vrouwen, kinderen en ouderen betreft. Deze verschuiving werkt volgens haar door in oorlogsherinneringen, die niet langer beperkt zijn tot mannen in uniform, maar impact hebben in familieverband.

Hier verkleurt mevrouw Captain bewust de werkelijkheid omdat die werkelijkheid haar niet van pas komt. Allereerst is er geen verschuiving, dat is onzin.

Het zijn juist de kritische en bezorgde volgers van het onderzoek waar mevrouw Captain zich mee bezig houdt, die haar erop hebben gewezen dat haar ‘onderzoek’ zich ten onrechte  beperkt tot het gedrag van Nederlandse militairen en daar bovendien erg selectief in is.

Het is juist mevrouw Captain zelf die heel bewust al die vrouwen, kinderen en ouderen en al die etnische minderheden onder het tapijt veegt, die door de Javaanse en Sumatraanse terreurgroepen en masse zijn beroofd, verkracht en afgeslacht.

Inderdaad mevrouw Captain, ook burgers waren doelwit, zij werden op grote schaal door oorlogsgeweld getroffen. Gelukkig hebben onze Nederlandse militairen op vele plaatsen erger kunnen voorkomen. Dat laat ze echter in haar betoog weg, simpelweg omdat die feiten en die realiteit niet stroken met haar ideologie.

Door kritische geluiden te negeren en de critici en hun duizenden volgers af te doen als ‘kleine groepjes’ die er niet toe doen, maakt ze zich bovendien schuldig aan manipulatie.

Al met al doen mevrouw Captain en haar collega onderzoekers, stiekem en ongehinderd, een heuse serie ‘Roos Vonkjes’ of nog liever bakken vol ‘Diederik Stapeltjes’.

Voor degenen die niet weten wat dat is:

Het zijn de vijf stappen van wetenschappelijke fraude:

  1. Je verzint een sappige uitkomst die publiciteit genereert (bijvoorbeeld zoiets als ‘vleeseters zijn hufters (Vonk en Stapel)’ of ‘de brandende kampongs van generaal Spoor ’(Limpach e.a.)) of je verzint een bloedbad;
  2. Je fabriceert vervolgens het bewijs, je fingeert of manipuleert daartoe de nodige bronnen en data;
  3. Je verdonkeremaant de data die jouw uitkomst zouden kunnen ondergraven of die juist het tegendeel bewijzen;
  4. Je concludeert vervolgens opgetogen dat jouw uitkomst klopt;
  5. Je gaat er daarna voluit mee in de media, terwijl je tegelijkertijd alle critici demoniseert, hun motieven betwijfelt en hun inferioriteit benadrukt.

Wat dan wel weer moedig van mevrouw Captain is, dat ze ook haar onderzoeksleiders prof. de Vree, prof Romijn en prof. Oostindie onomwonden diskwalificeert, afserveert en het zwijgen oplegt.

Zij zijn immers die tweede generatiegenoten, die te maken hadden met ouders die getekend waren door het complexe verleden. Daarin zullen we dan maar de oorzaak zoeken voor het verkwanselen van hun wetenschappelijke integriteit. Mevrouw Captain houdt hen nu gelukkig een spiegel voor die confronterend is.

Ik hoop trouwens dat de eventuele kinderen van mevrouw Captain straks milder voor haar en haar generatiegenoten zullen zijn en oog zullen hebben voor de historische context waarin hun moeder haar wetenschappeijke integriteit verloor.

Het geeft echter wel aan dat het de hoogste tijd wordt voor een wetenschappelijke audit door een onafhankelijke Commissie om te zorgen dat het meerjarenonderzoek naar dekolonisatie in Nederlands-Indië geen historisch fiasco wordt.